De hoogste ambitie is absolute perfectie. Er is echter niets in deze wereld dat daaraan kan voldoen.

Of we ons nu storten op een carrière in de wetenschap, pure schoonheid najagen in de kunst of verlossing zoeken in religieuze disciplines, deze relatieve werkelijkheid van tijd en ruimte is en blijft een ondermaatse prestatie van de geest. Een geest die kan spelen met ideeën als ‘eeuwig’ en ‘onvergankelijk’ heeft meer in zijn mars. Ook eindeloos complexe concepten kunnen een geest die zich van zijn tijdloosheid bewust is, niet boeien.

Waarom laat de geest zich dan verleiden, elk moment opnieuw, tot identificatie met een lichaam en een vergankelijk bestaan ver onder zijn niveau? Dat is toch krankzinnig? Waanzin laat zich per definitie niet duiden in termen van zinnigheid en valt dus niet te begrijpen, zeker niet als we er allemaal aan lijden. Het laat zich echter wel oplossen.

Mijn geestverwarring is een direct gevolg van mijn angst voor de waarheid. Het is existentieel verzet. Liever ben ik een totaal verward persoon dan mijn individuele werkelijkheid ontmaskerd te zien als illusie en volkomen ‘met lege handen’ te staan. Waanzin is dus bedoeld als een vorm van houvast, maar het heeft uiteraard alleen maar greep op mijn verwarde geest, niet op de werkelijkheid.

De zelfgebouwde gevangenis wordt in stand gehouden door te blijven kiezen voor onderdompeling in onbewustheid, vergetelheid, verstrooiing en roes. De oplossing op elk willekeurig moment is mijn bereidheid om me daarvan bewust te worden en iets totaal anders dan angst te kiezen — wat dat dan ook moge zijn.

Als ik mijn hoogste ambitie weer even serieus neem, weet ik dat er een andere weg, een andere interpretatie van dit alles, moet bestaan, anders kon ik die ambitie niet hebben. Dat is waar verlossing elk moment weer mee begint: bewustwording en de bereidheid om alles los te laten.

Meer is niet nodig en in feite ook niet mogelijk vanuit mijn verwarde kant. Alleen maar inzien dat ik me weer eens door de verwarring heb laten meeslepen en bereid zijn om eventjes leeg en oningevuld te zijn. Dan valt er zoveel geestelijke ballast van me af, dat ik onbekommerd en in alle rust met de innerlijke en schijnbaar uiterlijke wereld kan verkeren. Je kunt het een wonder noemen of een verlichtingsmoment, maar het is alleen maar de geest in zijn natuurlijke staat — en onze hoogste ambitie is de herinnering daaraan.