Sinds mensenheugenis worstelt de mens al met zichzelf en met de wereld die hij ervaart. Het is niet een gebrek aan intelligentie dat die ongelukkige situatie zo lang laat duren. Integendeel, elk probleem is per definitie slechts een vorm van inbeelding en de verrukkelijke waarheid is zó simpel dat een geest die ervoor open staat, er onmiddellijk deelgenoot van wordt.
Het punt is natuurlijk dat de geest die ons bestaan bepaalt, helemaal niet open staat. Sterker nog, de mens en zijn wereld bestaan alleen dankzij een geslotenheid van geest. Immers, een geest die voor zijn begrip met beelden en gedachten werkt, sluit zich af voor de ondeelbare totaliteit van de werkelijkheid. Afgescheiden van de werkelijkheid rest niets anders dan waanzin.
Een gesloten geest lijkt alleen maar iets onvermijdelijks voor wie in beelden en gedachten blijft denken, want totaliteit is iets wat het denken oneindig ver te boven gaat. De gedachte is dan dat het ook de geest te boven gaat, want de geest identificeert zich nu eenmaal met zijn denk- en voorstellingsvermogen. Voor wie zich bovendien nog met zijn lichaam identificeert, wordt het allemaal nog beperkter, want dan is de geest niets meer dan een voorbijgaande functie van het stoffelijke brein.
Ook al koestert de geest van afgescheidenheid een heel beperkte en volslagen krankzinnige opvatting over zichzelf, toch is ook dat maar een vorm van denken. Het verandert niets aan de volmaakte werkelijkheid die we onveranderlijk zijn, alleen maar aan de manier waarop we alles ervaren en interpreteren. Als we alle valse zelf-identificatie loslaten, rest er alleen nog de volmaakte geest die de ongedeelde totaliteit zelf is. Dat betekent het einde van alle inbeelding, het einde van de wereld, de mensheid en het nu eens vermaledijde en dan weer verafgode lichaam, want dat zijn allemaal concepten. Concepten zijn niet de totaliteit en daarom niet werkelijk. Wat niet echt is, bestaat niet.
Einde verhaal, ware het niet dat dit inzicht zoveel verzet oproept, dat we ons er onmiddellijk voor afsluiten, maar dat kunnen we natuurlijk niet vrijblijvend doen. Een oneindige en onsterfelijke geest die zich afsluit voor zijn totaal vervulde werkelijkheid, veroordeelt zichzelf tot uitzichtloos lijden.
De schuld daarvan wordt overigens weer ontkend door hem buiten ons te projecteren. Op die manier krijgt bijvoorbeeld God de schuld van onze afgescheidenheid, die we zelf creëren en in stand houden. God is evenwel de schuldloze totaliteit die we in werkelijkheid gewoon nog steeds zijn.
De barrière waar we mee te maken hebben is dus veel sterker dan een onvermogen of tekort, want daar zouden we vroeg of laat wel iets op kunnen vinden. Nee, het is pure onwil van onze machtige geest zelf, meer precies van dat deel van de geest dat lijdt aan zelf-begoocheling en een wereld van afgescheidenheid bij elkaar droomt.
Door die zelf-begoocheling, of waanzin, kan de gesloten geest zichzelf niet bevrijden. Gelukkig is het een ingebeelde situatie, dus de werkelijkheid van de geest is nog steeds zoals die altijd is geweest en altijd zal zijn. Hulp is daarom veel dichterbij dan de dromer denkt, want elk moment voordat weer een nieuwe gedachte wordt gevormd, is er heel even de onschuld van een onbevangen geest.
Wat betekent dit nu voor mij?
Ook al is er in werkelijkheid niets gebeurd en ook al is zelfs verlichting, ontwaken, bevrijding of verlossing uiteindelijk dus ook nog deel van de droom van afgescheidenheid, toch is dat niet de ervaringswereld van de dromer. Ervaringen komen voort uit wat ik geloof dat echt is. Dat geloof wordt weer bepaald door waar ik me bewust van ben. Het is mijn bewustzijn dat het contact met de werkelijkheid kwijt is. Bevrijding moet dus wel degelijk beginnen op het niveau waar de verwarring heerst: in de droom.
De inspiratie en leiding daarvoor komen uit het wakkere deel van de geest, het Hogere Zelf, dat nog steeds volledig bewust deel uitmaakt van de totaliteit en tegelijk in verbinding staat met dit deel van de geest dat van pure schrik in slaap is gevallen en onrustig voortdroomt.
Niets is overtuigender voor de dromer dan zijn ervaring van de droom te zien veranderen door iets wat hij zelf doet. Dat zal dan iets moeten zijn dat de overweldigende ‘realiteit’ van de droom aantast, anders blijft het alleen maar meer van hetzelfde.
Alle aanwijzingen die erop neerkomen dat deze hele schijnvertoning niet zo verschrikkelijk serieus moet worden genomen, kunnen onmiddellijk een bevrijdende ervaring teweeg brengen en zijn alleen al daarom een effectief hulpmiddel tot ontwaken. ‘Ja, lach maar eens om al die waanzin en vergeef jezelf en de ander voor wat in feite nooit is gebeurd’. Vergeving vanuit een gebrek aan eerbied voor mijn eigen hersenspinsels werkt oneindig veel beter dan proberen de structuur van de droom te veranderen, want daarmee neem ik de droom wel serieus en maak ik hem alleen maar echter voor mezelf.
Het is schuldgevoel dat me serieus en somber maakt. Als ik me daarentegen op de waarheid richt, is ernst geheel ongepast. De werkelijkheid die wij zijn, kan alleen maar reden tot vreugde zijn. Vreugde neem je ’serieus’ door hartelijk te lachen.
Dus geen verandering van gedrag of omstandigheden, maar een andere kijk op de zaak is wat geestelijk iets in gang zet. Geest is immers onze enige werkelijkheid, ook al lijkt alles zich af te spelen in een fysiek universum.
Als ik pijn heb, heb ik gewoon pijn en als ik ziek ben, ben ik ziek. De schijnvertoning van het lichaam hoeft niet te veranderen, maar het mag wel. Als ik er nog een beetje in geloof, kunnen pijnstillers en medische behandelingen helpen om mijn geest weer enigszins tot rust te brengen. Het is en blijft echter gewoon een droomervaring.
Waar het om gaat, is dat ik in vrede ben met de werkelijkheid. Dat vormt een wereld van verschil en dan doet het er helemaal niet meer toe wat er gebeurt. Of ik hier nu sterf of blijf leven, het is beide net zo onwerkelijk. Het echte leven begint niet bij de geboorte maar is eeuwig en de dood is alleen maar de laatste noodgreep van een moordadig waanidee van afgescheidenheid, dat ten koste van alles zijn gelijk wil bewijzen. Uiteindelijk begint het weer allemaal opnieuw bij de volgende reïncarnatie – de zoveelste na de duizenden die ik ongetwijfeld al heb doorgemaakt – en dat alles speelt zich nog steeds binnen de droom af. Dat schiet dus niet op.
Om te ontwaken doet het er helemaal niet toe wat ik droom, wel hoe ik het allemaal opvat. In plaats van het gedroomde lichaam serieus te nemen, kan ik telkens weer opnieuw kiezen voor de onsterfelijke geest. Dit is een proces van vergeving, omdat alles in de droom uit een misplaatst gevoel van schuld voortkomt. Vergeving is het antwoord op elke schuldvraag.
Om de grondgedachte van de waanzin en dus ook de remedie te begrijpen, moeten we goed beseffen dat onze wereld niet wordt bepaald door fysieke maar door psychische mechanismen. Alle vormen, zowel de fysieke als de onstoffelijke, komen voort uit – en bestaan nog steeds binnen – de eeuwige geest. Als onze geest bij de kiem van de gedachte aan een mogelijke afgescheidenheid van de ondeelbare Eenheid van God zijn vergissing onmiddellijk had ingezien, zou er geen wereld van misverstanden geschapen zijn. Het eerste spoortje van schuldgevoel werd echter volledig serieus genomen en dat betekent dat de geest zichzelf veroordeelde en voor altijd verdoemd achtte. Dat is zo’n gruwelijk idee, dat het onmiddellijk wordt verdrongen, maar het bepaalt wel de toestand van de geest. Harmonie en innerlijke vrede zijn dan ver buiten bereik. In feite gebeurt dat elk moment waarin ik me een oordeel vorm weer opnieuw (dat we luid “verdomme” roepen is heel tekenend).
Dat waanidee van een hopeloos verstoorde relatie met onze Schepper is de bron van al het onbewuste schuldgevoel waarmee de droombeelden van afgescheidenheid worden geprojecteerd. Projectie betekent dat ik iets als een werkelijkheid buiten mijzelf plaats. Het is de projectie van ‘de ander’ die als schuldig wordt beschouwd aan alle narigheid. Mijn agressie en woede op die projectie worden vervolgens gezien als een ‘normale’ reactie, maar gekker kan het niet. In feite ben ik alleen maar vreselijk bang voor een straf van suprakosmische proporties en handel daardoor geheel mechanisch op basis van een diep verdrongen schuldgevoel. Eigenlijk zijn de liefdeloze robotten al vanaf het begin der tijden aan de macht in ons bewustzijn.
Soms uit de agressie zich schijnbaar tegen mijzelf, maar ook dat is alleen maar opdat de ander zich schuldig voelt. In dat opzicht verschilt het niet van andere uitingen van woede. In alle menselijke relaties, speciaal in die van agressieve ‘liefde’ die elk moment in haat kan omslaan, wordt alleen maar de schuld gedachte als een ‘zwarte piet’ uitgespeeld: “Ik hou van jou, maar o wee als je niet lief voor mij bent, dan is mijn verdriet jouw schuld!” De oorzaak daarvan is wederom dat ik mezelf onbewust als schuldig heb veroordeeld en dus niet van mezelf houd. Voor het ontwaken gaat het erom dat schuldmechanisme in mezelf te herkennen en in plaats daarvan voor vergeving te kiezen.
Omdat de zelf-veroordeling elk moment opnieuw gebeurt, kan dit moment telkens weer als aangrijpingspunt worden gebruikt voor de remedie die vergeving heet. Vergeving werkt zo overtuigend omdat het de waanzin bij zijn wortels aanpakt: het op niets werkelijks gebaseerde idee van schuld. Als ik jou niet langer als schuldig zie, is die projectie van schuld er niet meer en kan ik mezelf ook niet als schuldig zien. Als er geen schuld is, wordt de donkere sluier van afgescheidenheid opgelicht. Zeker, dezelfde voorwerpen en omstandigheden, dezelfde moeilijkheden en ongemakken zijn er nog steeds, maar ze worden nu heel anders ervaren en geïnterpreteerd. Het vormt geen aanleiding meer voor verdriet maar voor vreugde, want een flink stuk afgescheidenheid is ongedaan gemaakt. Dat is wat de schijnvertoning geleidelijk verandert van een nachtmerrie in een mooie droom. Plotseling volledig wakker worden zou een veel te grote schok zijn. Als afgescheidenheid zijn geloofwaardigheid uiteindelijk helemaal heeft verloren, ben ik rijp om rustig voor altijd uit de droom te ontwaken.
Literatuur
- A Course in Miracles. Nederlandse vertaling: Een cursus in wonderen.
- Gary Renard, The Disappearance of the Universe : Straight Talk About Illusions, Past Lives, Religion, Sex, Politics, and the Miracles of Forgiveness. Nederlandse vertaling: De verdwijning van het universum.
- Gary Renard, Your Immortal Reality : How to Break the Cycle of Birth and Death. Nederlandse vertaling: Jouw onsterfelijke werkelijkheid.
- Kenneth Wapnick, A Vast Illusion: Time According to A Course in Miracles