Voor wanhoop is geen plaats wanneer tijd geen rol speelt

Ben ik eigenlijk wel realistisch?
Zou de werkelijkheid iets anders dan eeuwig en onveranderlijk kunnen zijn? Is het mogelijk dat iets nu eens wel en dan weer niet echt bestaat? Zijn er gradaties in werkelijkheid? Kan de waarheid veranderen? Kan de eeuwigheid door tijd en ruimte worden bepaald? Zijn er momenten of plaatsen waar de werkelijkheid niet is? Kan er nog iets anders dan een totale, ongedeelde, eenheid zijn?

Al deze vragen kan ik alleen maar met ‘nee’ beantwoorden en als jong kind moet dit het intuïtieve besef zijn geweest van waaruit ik leefde.

Hoe heb ik het dan als zogenaamde volwassene voor elkaar gekregen om het antwoord op deze eenvoudige vragen zolang te ontlopen en tegelijk het idee te koesteren dat ik behoorlijk realistisch bezig was?

Het betekent immers dat alles wat verandert, zich buiten de werkelijkheid afspeelt en dat omgekeerd alles wat echt is, tot de onveranderlijke eeuwigheid behoort.

Dit zet zowat alle gevestigde denkbeelden op losse schroeven. Geen enkele conclusie lijkt nog houdbaar, want de aannames kloppen niet.

Een combinatie van visie, (on)geloof en halfbewuste aannames bepaalt mijn basishouding tegenover het leven, mijn wil en mijn keuzes op elk moment. Daarmee zijn ook mijn waarneming, mijn wereld en mijn manifestatie daarin bepaald. Maar dit is allesbehalve onveranderlijk. Sterker nog, elk moment kan het veranderen — en dat doet het vaak ook. Alleen, zonder erbij na te denken corrigeer ik dit woordloze inzicht razendsnel, zodat mijn wereld er weer uitziet als het grauwe bekende.

De helderheid van het onbewuste
Ik geloof niet in de realiteit van een onderbewustzijn, waarin mijn drijfveren en motieven zouden zetelen. Dat lijkt alleen maar zo vanuit angst gezien. Liefde kent die duisternis niet. Als er iets verduisterd, onderbewust of onbewust is, dan is het wel mijn normale, op angst gebaseerde, bewustzijn. Wat doorgaans tot het onbewuste wordt gerekend, is in alles volkomen bewust aanwezig. Helderheid is dan ook onmiddellijk volop beschikbaar, als ik mijn door angst beperkte opvattingen eventjes loslaat.

Als ik leer dat ik wel degelijk mag geloven in wat ik alleen spontaan soms durf, dan wordt mijn bange neiging om onmiddellijk te corrigeren wat ik zie, niet langer gevoed. Ik kan dus kiezen wat ik geloof en daardoor zie en ervaar. Mijn onwrikbare aannames kunnen veranderen. Daarin toont zich mijn vrije wil en mijn natuurlijke vermogen om wonderen in deze gedroomde wereld te verrichten.

De wereld uit zijn voegen lichten
Archimedes, de uitvinder, die reusachtige kranen en hefbomen ontwierp, zei ooit: "Geef me een vast punt en ik zal de wereld uit zijn voegen lichten." Welnu, dat vaste punt is er. Het zit in mij. Het is mijn onveranderlijke, tijdloze werkelijkheid. Geen steen van het bouwsel, dat ik uit angst gemaakt heb en dat ik mijn wereld noem, blijft op de ander, als ik dit als uitgangspunt neem.

Ik hoef overigens niet bang te zijn dat mijn gevangenis sneller instort dan ik geestelijk aankan, want de mate waarin ik geloof hecht aan mijn angst zal me evenredig afremmen. Hoe ontwrichtend het in zekere zin ook lijkt, ik kan daarin niets forceren. Het is het werk van de blijmoedige en zachtmoedige in mij. Forceren zou betekenen dat ik aan angst de leiding toevertrouw en dan bereik ik precies het omgekeerde van wat ik wil. Wat ik ben, blijft desondanks onveranderd. Daar kan ik dus altijd weer naar terugkeren.

Wat ik ben, is onverwoestbaar gelukkig en ik heb eigenlijk geen enkel geldig excuus om dat te vergeten, maar… als deze manifestatie van mij volmaakt was, dan was hij nu niet hier om aan me te wennen.

Hoe weet ik wat echt is?
Onvermijdelijk komt de vraag op, wie bepaalt wat echt is en wat niet. Dat is net zoiets als vragen of ik in diepe slaap nog wel blijf voortbestaan. Wie zich niet volledig eraan overgeeft, zal het nooit weten.

Angst eist een nauw omschreven zekerheid, maar weert af wat het zomaar in overvloed kan krijgen. Vertrouwen vraagt niets en ontvangt alleen maar, want het is een uitdrukking van liefde. Liefde heeft de onweerstaanbare neiging om zich in alles uit te breiden en ontvangt daardoor voortdurend wat ze geeft.

Ik heb zonder garantie vooraf kunnen wennen aan het onbedreigd zijn in de slaap. Daarom geef ik me er graag aan over. Zo kan ik ook wennen aan wat echt is: liefde, vrede en vreugde. Alleen door daadwerkelijke overgave kan ik de echtheid ervan ervaren. Het levert mij de meest concrete momenten van mijn leven. Alle aspecten van de werkelijkheid kunnen erin worden teruggevonden: tijdloos, ongedeeld en alles vervullend. Bovendien werken ze helend en stellen ze me op een heel diep niveau gerust. Als ik eenmaal de echtheid ervan heb erkend, begin ik me ook meer van dergelijke ervaringen te herinneren en trek ik nieuwe aan.

Angst, onwerkelijk als het is en dus zonder enig houvast, wil alles in de hand kunnen houden, weten waar het aan toe is, afwegen wat beter is, onderscheiden wat gunstig is. Vertrouwen komt in feite steeds voort uit de onbedreigde werkelijkheid die ik ben.

Wie is mijn meester?
Verlichting is het vermogen om te leven vanuit de ongedeelde werkelijkheid die ik ben, niet vanuit de illusie van afgescheidenheid. Verlichting is een natuurlijke eigenschap van ieder wezen en in deze betrekkelijke wereld de meest reële benadering van de absolute waarheid. In vele religieuze en spirituele tradities wordt er nogal de nadruk op gelegd, dat verlossing of verlichting alleen door een gezegende tussenpersoon, het contact met een levende meester of het volgen van een speciale training mogelijk is. Maar door welke bijzondere meesters zijn Boeddha en Jezus dan ingewijd; of Hui-neng, Ramana Maharshi, Aurobindo, Krishnamurti en zoveel andere grote inspirators van deze tijd?

Wat is het dat getraind kan worden om de sprong te maken van de droom naar de werkelijkheid? Is zo’n sprong eigenlijk mogelijk? Wie springt er dan? Is dat wat springt hetzelfde als dat wat in de werkelijkheid aanlandt? Hoe kan iets nu eens werkelijk en dan weer niet werkelijk zijn? Ook het springen moet een illusie zijn. Natuurlijk valt er niets te springen. Er is immers niets dat buiten de werkelijkheid kan bestaan. De sprong is het laatste wat ik droom en dan blijkt ook de droom niet te bestaan. Niemand heeft ooit, of zal ooit, een sprong hoeven te maken. Zelfs verlicht worden is dus een illusie, maar wel een noodzakelijke voor alles wat in afgescheidenheid leeft.

De kracht die vleugels geeft
Waarom kunnen sommige spirituele leraren en leerboeken rustig zeggen, dat we helemaal niet speciaal via hen bevrijding hoeven te vinden? De werkelijkheid is niet alleen via speciale middelaars toegankelijk en er is, wat haar toegankelijkheid op dit gezegende moment betreft, geen wezenlijk verschil tussen leraar en leerling. Wie bepaalt eigenlijk wie de leraar is en wie de leerling? Is dat niet de liefde die de leraar een echte leraar doet zijn en de leerling tot een waarachtige leerling maakt? Liefde voor de waarheid is een kracht die vleugels geeft.

Zelfs als ik de tijdgebonden verklaringen van gunstige reïncarnaties en een bijzonder goed karma erbij betrek, zal ik nooit aannemelijk kunnen maken dat het absolute via het relatieve bereikt kan worden, hoeveel tijd ik er ook voor uittrek. Omdat alles wat niet absoluut waar is, een illusie is, moet ik, zoals Krishnamurti zei, vanaf ‘de overkant’ beginnen. Dan kies ik dus het onveranderlijke eenheidsbewustzijn in mezelf — mijn innerlijke vrede — en niet het valse idee van gescheidenheid als uitgangspunt. Alleen maar door te kiezen voor een andere visie, veranderen mijn waarneming en ervaringswereld onmiddellijk.